Kun je je het nog herinneren? Op 1 januari 2020 trad de wet WAB in werking. Daarmee ontstond de verplichting om oproepkrachten na een dienstverband van 12 maanden in de 13e maand een voorstel te doen voor een vast aantal uren, gebaseerd op de gemiddelde arbeidsduur per maand in de afgelopen 12 maanden. Het gaat hierbij om alle verloonde uren, dus ook bijvoorbeeld vakantie en ziekte-uren.

Veel werkgevers hebben daarom per 1 januari 2020 een voorstel gedaan aan hun oproepkrachten. Dat betekent dat ze dit nu voor 1 februari 2021 weer dienen te doen.

Wat dien je te doen?

Je dient de oproepkracht een schriftelijk of elektronisch voorstel te doen voor een vast aantal uren per week/maand. Wanneer je geen voorstel doet, kan de oproepkracht alsnog niet-genoten loon claimen vanaf de uiterlijke datum waarop de werkgever het aanbod had moeten doen.

Voorbeeld: medewerker Saskia heeft op 1 februari de afgelopen 12 maanden als oproepkracht voor jou gewerkt en heeft in deze 12 maanden 120 uur gewerkt (het maakt hierbij niet uit wanneer ze die heeft gewerkt, over 12 maanden verspreid of in 1 maand). Je dient Saskia een voorstel te doen voor een vaste arbeidsomvang van 10 uur per maand. Je dient dit uiterlijk 28 februari te doen (=13e maand).

Ben je een oproepovereenkomst aangegaan per 1 juni 2020, dan dien je uiterlijk 30 juni 2021 een aanbod te doen.

Wanneer dien je dat te doen?

Uiterlijk in de 13e maand dien je een oproepkracht die de afgelopen 12 maanden op basis van een oproepovereenkomst voor jou heeft gewerkt een voorstel te doen. Dit betekent niet dat je verplicht bent het contract te verlengen of een vast contract aan te bieden, het gaat alleen om het aanbieden van een vaste arbeidsomvang.

Voorbeeld: het maakt niet uit of Saskia een contract voor bepaalde of onbepaalde tijd heeft. In beide gevallen dien je een voorstel te doen voor een vaste urenomvang. 

Wat gebeurt er als je niets doet?

Wanneer je geen voorstel doet, kan de oproepkracht alsnog niet-genoten loon claimen vanaf de uiterlijke datum waarop de werkgever het aanbod had moeten doen.

Voorbeeld: stel je hebt Saskia voor 28 februari geen voorstel gedaan. Saskia heeft vanaf dat moment recht op loon voor de vaste urenomvang op basis van het gemiddelde aantal gewerkte uren van de afgelopen 12 maanden (waarvoor jij haar een voorstel had moeten doen).

Wat gebeurt er als de oproepkracht flexibel wil blijven werken?

Als de oproepkracht na 12 maanden geen vaste arbeidsomvang wil, kan hij jouw voorstel afwijzen en kan hij gewoon flexibel blijven werken. Wel moet je na 12 maanden opnieuw een vaste arbeidsomvang aanbieden.

Voorbeeld: stel Saskia weigert jouw voorstel. Dan blijft Saskia op dezelfde voorwaarden als nu, dus zonder vaste urenomvang, werken. Je dient Saskia dan wederom na 12 maanden, in dit voorbeeld, dus uiterlijk op 28 februari 2021, een voorstel te doen voor een vaste urenomvang.

Dit zijn verplichtingen die je snel kunt vergeten. VOPAS werkt met een softwaresysteem dat ons een signaal geeft wanneer er weer aan een medewerker een voorstel voor vaste urenomvang gedaan dient te worden. Zo voorkomen wij eventuele claims van medewerkers voor onze klanten.