Vitaliteitspakket
Arbeidsparticipatie moet worden bevorderd. Dat betekent niet alleen dat (meer) werken meer moet gaan lonen. Het betekent ook dat burgers in staat moeten worden gesteld om te investeren in duurzame inzetbaarheid en om werk op flexibele wijze te combineren met andere activiteiten. Het vitaliteitspakket leidt ertoe dat vier fiscale regelingen worden afgeschaft:
- de arbeidskorting voor ouderen (m.i.v. 2012);
- de doorwerkbonus (m.i.v. 2013);
- de spaarloonregeling (m.i.v. 2012);
- de levensloopregeling (m.i.v. 2012).
Tegenover de vier afgeschafte regelingen staan twee nieuwe fiscale regelingen. Er komt vanaf 2013 een werkbonus om 61-plussers te stimuleren om te blijven werken. De werkbonus bedraagt € 2.350 en is meer gericht op 61-plussers met lage inkomens. Het kabinet voert daarnaast met ingang van 2013 een regeling voor vitaliteitssparen (flexsparen) in waarmee werkenden beter dan nu naar eigen inzicht hun inkomen over hun werkzame leven kunnen spreiden. Deze regeling voor vitaliteitssparen biedt personen met een arbeidsinkomen (werknemers, IB-ondernemers en resultaatgenieters) namelijk de mogelijkheid om fiscaal gefacilieerd te sparen. De stortingen zijn fiscaal aftrekbaar in box 1 en er wordt pas belasting geheven bij de opname van het tegoed. Het maximaal fiscaal gefacilieerd op te bouwen vermogen bedraagt in totaal € 20.000 (bruto). De jaarlijkse inleg is maximaal € 5.000. Mensen kunnen zelf bepalen waaraan het tegoed wordt besteed. Het vitaliteitssparen werkt voor mensen het beste uit in de situaties die volgens het Regeerakkoord gestimuleerd dienen te worden. Bijvoorbeeld bij opname voor zorgverlof, studie en deeltijdpensioen waarbij sprake is van inkomensdaling.
Het kabinet stelt overgangsrecht voor dat opgebouwde rechten zoveel mogelijk respecteert. In een brief van minister Kamp is een nadere toelichting gegeven op de overgangsregeling. Uit die brief maken wij het volgende op. De levensloopregeling wordt vanaf 2012 nog open gehouden voor deelnemers die ultimo 2011 een positief saldo van minimaal € 3.000 op hun levensloopregeling hebben staan. Zij houden de mogelijkheid om in te leggen en op te nemen onder de huidige voorwaarden van de levensloopregeling. Wel vervalt de levensloopverlofkorting voor de jaren 2012 en later. Bij invoering van de vitaliteitsregeling kunnen bestaande levenslooptegoeden worden opgenomen of worden omgezet in een vitaliteitsregeling. Zelfs als het saldo meer bedraagt dan € 20.000.
30%-regeling
Voor uit het buitenland geworven werknemers met een specifieke schaarse deskundigheid, geldt dat onder bepaalde voorwaarden 30% van hun loon onbelast kan worden genoten. De achtergrond is dat daaruit de extra kosten die deze buitenlandse werknemers hebben (extraterritoriale kosten), kunnen worden betaald. Ook grensarbeiders én Nederlanders die meer dan tien jaar in het buitenland hebben gewerkt en terugkeren naar Nederland kunnen van de 30%-regeling gebruik maken.
De 30%-regeling wordt aangescherpt. Er gaat naast het vereiste van schaarse deskundigheid een salarisnorm gelden. Deze salarisnorm sluit aan bij het inkomenscriterium uit de kennismigrantenregeling (€ 50.519 (bedrag 2011)). Ook komen remigranten pas in aanmerking voor de 30%-regeling indien zij meer dan 25 jaar in het buitenland hebben gewerkt. Grensarbeiders kunnen vanaf 1 januari 2012 pas gebruik maken van de 30%-regeling indien zij meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens wonen. De regeling wordt wel versoepeld voor buitenlandse promovendi van jonger dan 30 jaar. Reeds afgegeven beschikkingen worden gerespecteerd.
Uitbreiding vrijwillige voortzetting pensioenregeling
Voor (ex-)werknemers die na ontslag hun pensioenregeling vrijwillig voortzetten, geldt momenteel een fiscale regeling waardoor voor een periode van maximaal drie jaar na ontslag ook voor deze vrijwillige opbouw van pensioen een faciliëring geldt. Die termijn wordt verlengd tot tien jaar.
Afdrachtvermindering onderwijs BBL en uitzenden / detacheren
Er wordt geregeld dat wanneer de inhoudingsplichtige en het erkende leerbedrijf niet dezelfde entiteit zijn, de inhoudingsplichtige alleen gebruik kan maken van de afdrachtvermindering onderwijs voor beroepsbegeleidende leerweg ingeval er een overeenkomst van opdracht bestaat tussen de inhoudingsplichtige en het erkende leerbedrijf waarin onder meer is vastgelegd dat het voordeel van de afdrachtvermindering toekomt aan het leerbedrijf. De regeling (beperking) gaat alleen gelden voor contracten die na 31 december 2011 worden afgesloten.
Reikwijdte afdrachtvermindering onderwijs
De afdrachtvermindering onderwijs is van toepassing op inhoudingsplichtigen die een beroepspraktijkvormingsplaats aanbieden aan personen die in Nederland een bepaalde opleiding volgen. De wijziging houdt in dat bepaalde varianten van de afdrachtvermindering onderwijs ook worden toegekend aan inhoudingsplichtigen die een persoon in dienst nemen die elders in de EU of in de EER een opleiding volgt die vergelijkbaar is met de Nederlandse voor de afdrachtvermindering onderwijs kwalificerende opleiding.